Psycholoog Jan Slegers

 



JAN SLEGERS

GZ-PSYCHOLOOG
Supervisor VGCt

Pontanusstraat 32
Rustenburgerstraat 144-D/148-C Amsterdam

Tel. 06 - 139 183 72

 


 

BIG-Geregistreerd


NIP

NVGZP

VGCt


MindDistrict

Cognitieve Gedragstherapie

Cognitie is een ander woord voor gedachten. Gedachten en gedrag staan centraal in deze vorm van therapie. Een cognitief gedragstherapeut is met name geïnteresseerd in de wijze waarop de cliënt zich in moeilijke situaties gedraagt en denkt. Daar wordt uitvoerig navraag over gedaan. Bij het verleden en de jeugdervaringen wordt relatief kort stil gestaan. Bij verschillende klachten zijn gedachten een automatisch proces geworden. Het is zo’n gewoonte van u geworden om op die manier, te denken dat u er niet eens meer bij stil staat. Het lijkt daardoor alsof u vanzelfsprekend een bepaald gevoel krijgt naar aanleiding van een gebeurtenis of een situatie.

Schematisch ziet dat er als volgt uit:

 

Gebeurtenis/situatie      →    Automatische gedachten   →   Gevoel      →   Gedrag

 

Om vervelende gevoelens zoals angst, somberheid, verdriet en gespannenheid te verminderen is het belangrijk na te gaan door welke, vaak automatische gedachten, deze ontstaan. In de therapie leert u deze automatische gedachten te herkennen en gaat u samen met de therapeut onderzoeken of de wijze van denken wel helemaal klopt. Dit doet u door uw gedachten kritisch te bevragen en door in de praktijk te gaan ondervinden of de gedachten overeenstemmen met de werkelijkheid. Wanneer blijkt dat u geneigd bent over allerlei zaken te oordelen op een manier die niet klopt bij de werkelijkheid, wordt samen uitgezocht welke andere manier van denken passend is. Bij het uitwerken van meer realistische gedachten wordt gebruik gemaakt van specifieke cognitieve oefeningen en huiswerkafspraken.

Cognitieve gedragstherapie is in principe een kortdurende behandeling. Binnen de eerstelijn wordt uitgegaan van acht tot vijftien gesprekken. Het blijkt dat het effect van de behandeling versterkt wordt door de mate waarin iemand actief bezig is met datgene wat aan de orde is geweest in de gesprekken. Daarom worden vaak huiswerkafspraken gemaakt. Zo kunt u gaan bijhouden hoe vaak de klacht voorkomt. U kunt ook iets lezen of opzoeken over de klacht. Wanneer u het gesprek opneemt kunt u hetgeen besproken is thuis nog eens afluisteren of een oefening uitvoeren.